Deel dit artikel:

Heilige Handen: Filip De Keyser

De beroepsgeheimen van Filip De Keyser, soigneur bij Lotto Dstny.

Filip De Keyser (56) groeide op in het Oost-Vlaamse Ursel, een dorp vlak bij Aalter. In 2006 verhuisde hij naar de Belgische kust. Paardrijden was zijn eerste liefde, al wilde De Keyser op zijn zestiende liever coureur worden. Toch duurde het nog twaalf jaar voor hij zijn eerste koers reed, bij de nevenbonden. “Met enkele ex-profs aan de start lag het niveau echt hoog”, herinnert de Oostendenaar zich. “Pas op mijn 45ste – ik kwam toen terecht in een leeftijdscategorie waarin ik de jongste was – was ik heel even de beste. Ik won zeven koersen en maakte mijn droom waar: een foto hebben van een koers die ik won in een Belgische kampioenentrui. In Ettelgem won ik het BK bij de LWU (Landelijke Wieler Unie, red.) en veertien dagen later triomfeerde ik in Oudenburg. In mijn driekleur! Toen was het voor mij welletjes geweest, want ik had mijn doel bereikt. (lacht) Eigenlijk is het onnozel, hé. Er is slechts één Belgische kampioen en dit jaar is dat Remco Evenepoel. Maar voor mij was dat iets speciaals.” 

Spontane sollicitatie

Enkele jaren eerder, in 2006, was De Keyser als hobby ook renners uit de streek beginnen masseren: Timothy Dupont, Joeri Calleeuw, Serge Pauwels, Guillaume Van Keirsbulck … “Op een bepaald moment kreeg ik de vraag of ik niet mee naar de koers wilde als masseur. Ik stemde toe en kreeg enkele minuten later telefoon van Olivier Maertens van de Jonge Renners Roeselare om mee te gaan naar de Ster van Zuid-Limburg. Ik had de smaak te pakken en stuurde diezelfde avond een e-mail naar enkele profploegen. Toen ik daags nadien thuiskwam van mijn werk – ik reed 21 jaar lang met kruiden rond naar beenhouwers in het hele land – had ik een gemiste oproep op mijn gsm. Wat bleek: het was Hilaire Van der Schueren. ‘Wil je met Wanty mee naar de Ronde van Catalonië?’ vroeg hij. Natuurlijk wilde ik dat, al moest ik daardoor wel afzeggen voor de Ster van Zuid-Limburg.” 

De Keyser kreeg al vlug een reeks losse opdrachten, ook bij Lotto. Een keuze drong zich op. Het werd Lotto. “Het eerste jaar werkte ik tachtig dagen voor de mannenploeg en tachtig dagen voor het damesteam. Ik was vertrokken en ben sindsdien amper thuis geweest. Gemiddeld is een verzorger zo’n 180 tot 190 dagen per jaar van huis weg. Vorig jaar had ik er zelfs 230, maar voor mij is dat geen enkel probleem. De voorbije zomer was ik vier weken weg door de Tour en twee dagen na mijn thuiskomst ging ik al naar de proloog van de Ronde van Wallonië kijken. Voor mijn plezier. Ik doe dat gewoon graag.” 

Lees het volledige artikel in de nieuwe editie van Poggio, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle.